Winkels in Zuid Afrika laten ook zien dat het een complex land is. Zowel de derde als de eerste wereld is vertegenwoordigd en alles dat daar tussenin zit. Eigenlijk zijn deze cijfers een vreemde kwalificatie, omdat het impliceert dat het om goud, zilver en brons gaat, maar hoe zijn alle facetten van een land meetbaar en relevant? Maar goed.. het gaat nu even om het begrip.
In de armere, naar Westerse maatstaven minder ontwikkelde gebieden zie je vaak spontane kraampjes opduiken. Of eigenlijk zijn het geen kraampjes, maar meer een uitstalling van waren op de grond. Vaak gaat het om groenten en fruit.
Daarna zie je de meer georganiseerde middenstand; inkoop en verkoop via kraampjes op markten en kleine winkeltjes waaronder de typisch Zuid Afrikaanse ‘Padstal’[i]. Ook worden er vanuit kleine zaken diensten aangeboden als de kapper en de naaister.
Dan zijn er de winkelstraten en kantoren met als overtreffende trap de shoppingmalls, de behuizing van bekende merken, grote ketens en een overdaad aan luxe.
Voor onze beide dames is dit winkelparadijs een uitje. Ze spreken er af met vriendinnen en vergapen zich aan de pracht en praal. Om daarna weer naar huis te gaan naar de echte wereld van eenvoud en een warm gezin.
[i] een cafeetje op het platteland waar, naast eenvoudige maaltijden, producten als jams, gedroogd vlees (biltong), koekjes en cakes en allerhande andere maaksels worden aangeboden.